**Doel:** Voorstel voor een verordening — Overweging 6 ## Door de Commissie voorgestelde tekst (6) Het begrip “AI-systeem” moet duidelijk worden gedefinieerd om rechtszekerheid te garanderen en tegelijkertijd de nodige flexibiliteit te bieden om op toekomstige technologische ontwikkelingen te kunnen inspelen. De definitie moet gebaseerd zijn op de belangrijkste functionele kenmerken van de software , met name het vermogen om, voor een bepaalde reeks door de mens gedefinieerde doelstellingen, een output te genereren zoals inhoud , voorspellingen, aanbevelingen of beslissingen die van invloed zijn op de omgeving waarmee het systeem in wisselwerking staat, zowel in een fysieke als een digitale dimensie. AI-systemen kunnen zodanig worden ontworpen dat zij in verschillende mate autonoom kunnen functioneren en als zelfstandig onderdeel of als component van een product kunnen worden gebruikt, ongeacht of het systeem fysiek in het product is geïntegreerd (ingebed) dan wel ten dienste staat van de functionaliteit van het product zonder daarin te zijn geïntegreerd (niet-ingebed). De definitie van AI-systeem moet worden aangevuld met een lijst van specifieke technieken en benaderingen voor de ontwikkeling ervan , die in het licht van de technologische en marktontwikkelingen moet worden bijgewerkt door middel van gedelegeerde handelingen van de Commissie tot wijziging van die lijst . (6) (6) ## Amendement van het Europees Parlement (6) Het begrip “AI-systeem” in deze verordening moet duidelijk worden gedefinieerd en nauw aansluiten op het werk van internationale organisaties die zich bezighouden met artificiële intelligentie, om rechtszekerheid , harmonisatie en brede acceptatie te garanderen en tegelijkertijd de nodige flexibiliteit te bieden om op de snelle technologische ontwikkelingen in dit veld te kunnen inspelen. Bovendien moet de definitie gebaseerd zijn op centrale kenmerken van artificiële intelligentie , zoals het vermogen om te leren , redeneren en modelleren, zodat het onderscheid tussen artificiële intelligentie en eenvoudiger softwaresystemen of programmeermethodes helder is. AI-systemen worden zodanig ontworpen dat zij in verschillende mate autonoom kunnen functioneren , wat betekent dat zij ten minste een zekere mate van onafhankelijkheid van menselijke controle bezitten en zonder menselijke tussenkomst kunnen functioneren. De term “machinaal” verwijst naar het feit dat AI-systemen op machines draaien. De verwijzing naar expliciete of impliciete doelstellingen onderstreept dat AI-systemen kunnen functioneren volgens expliciete, door de mens gedefinieerde doelstellingen, of volgens impliciete doelstellingen. De mogelijkheid bestaat dat de doelstellingen van het AI-systeem verschillen van het beoogde doel van het AI-systeem in een specifieke context. Met de verwijzing naar voorspellingen wordt onder meer inhoud bedoeld, die in deze verordening wordt beschouwd als een vorm van voorspelling in de zin van een van de mogelijke outputs van een AI-systeem. Voor de toepassing van deze verordening moeten omgevingen worden opgevat als de contexten waarin de AI-systemen functioneren , terwijl door het AI-systeem gegenereerde outputs, in de zin van voorspellingen, aanbevelingen of besluiten, beantwoorden aan de doelstellingen van het systeem, op basis van input uit die omgeving. Die output is weer van invloed op bovengenoemde omgeving, alleen al doordat nieuwe informatie aan die omgeving wordt toegevoegd. Het begrip “AI-systeem” moet duidelijk worden gedefinieerd om rechtszekerheid te garanderen en tegelijkertijd de nodige flexibiliteit te bieden om op toekomstige technologische ontwikkelingen te kunnen inspelen. De definitie moet gebaseerd zijn op de belangrijkste functionele kenmerken van de software , met name het vermogen om, voor een bepaalde reeks door de mens gedefinieerde doelstellingen, een output te genereren zoals inhoud , voorspellingen, aanbevelingen of beslissingen die van invloed zijn op de omgeving waarmee het systeem in wisselwerking staat, zowel in een fysieke als een digitale dimensie. AI-systemen kunnen zodanig worden ontworpen dat zij in verschillende mate autonoom kunnen functioneren en als zelfstandig onderdeel of als component van een product kunnen worden gebruikt, ongeacht of het systeem fysiek in het product is geïntegreerd (ingebed) dan wel ten dienste staat van de functionaliteit van het product zonder daarin te zijn geïntegreerd (niet-ingebed). De definitie van AI-systeem moet worden aangevuld met een lijst van specifieke technieken en benaderingen voor de ontwikkeling ervan , die in het licht van de technologische en marktontwikkelingen moet worden bijgewerkt door middel van gedelegeerde handelingen van de Commissie tot wijziging van die lijst . Het begrip “AI-systeem” in deze verordening moet duidelijk worden gedefinieerd en nauw aansluiten op het werk van internationale organisaties die zich bezighouden met artificiële intelligentie, om rechtszekerheid , harmonisatie en brede acceptatie te garanderen en tegelijkertijd de nodige flexibiliteit te bieden om op de snelle technologische ontwikkelingen in dit veld te kunnen inspelen. Bovendien moet de definitie gebaseerd zijn op centrale kenmerken van artificiële intelligentie , zoals het vermogen om te leren , redeneren en modelleren, zodat het onderscheid tussen artificiële intelligentie en eenvoudiger softwaresystemen of programmeermethodes helder is. AI-systemen worden zodanig ontworpen dat zij in verschillende mate autonoom kunnen functioneren , wat betekent dat zij ten minste een zekere mate van onafhankelijkheid van menselijke controle bezitten en zonder menselijke tussenkomst kunnen functioneren. De term “machinaal” verwijst naar het feit dat AI-systemen op machines draaien. De verwijzing naar expliciete of impliciete doelstellingen onderstreept dat AI-systemen kunnen functioneren volgens expliciete, door de mens gedefinieerde doelstellingen, of volgens impliciete doelstellingen. De mogelijkheid bestaat dat de doelstellingen van het AI-systeem verschillen van het beoogde doel van het AI-systeem in een specifieke context. Met de verwijzing naar voorspellingen wordt onder meer inhoud bedoeld, die in deze verordening wordt beschouwd als een vorm van voorspelling in de zin van een van de mogelijke outputs van een AI-systeem. Voor de toepassing van deze verordening moeten omgevingen worden opgevat als de contexten waarin de AI-systemen functioneren , terwijl door het AI-systeem gegenereerde outputs, in de zin van voorspellingen, aanbevelingen of besluiten, beantwoorden aan de doelstellingen van het systeem, op basis van input uit die omgeving. Die output is weer van invloed op bovengenoemde omgeving, alleen al doordat nieuwe informatie aan die omgeving wordt toegevoegd.
aiact/history/parliament-2023/amendments/18 · 2023-06-14
Wijzigt: overweging 6
Voorstel voor een verordening — Overweging 6