**Doel:** Voorstel voor een verordening — Artikel 52 — lid 1 ## Door de Commissie voorgestelde tekst 1. Aanbieders zorgen ervoor dat AI-systemen die voor interactie met natuurlijke personen zijn bedoeld, zodanig worden ontworpen en ontwikkeld dat natuurlijke personen worden geïnformeerd dat zij interageren met een AI-systeem, tenzij de omstandigheden en de gebruikscontext dit duidelijk maken. Deze verplichting is niet van toepassing op bij wet toegestane AI-systemen voor het opsporen, voorkomen, onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten , tenzij die systemen voor het publiek beschikbaar zijn om een strafbaar feit te melden . ## Amendement van het Europees Parlement 1. Aanbieders zorgen ervoor dat AI-systemen die voor interactie met natuurlijke personen zijn bedoeld, zodanig worden ontworpen en ontwikkeld dat het AI-systeem, de aanbieder zelf of de gebruiker de aan een AI-systeem blootgestelde natuurlijke personen tijdig, duidelijk en op begrijpelijke wijze informeert dat zij interageren met een AI-systeem , tenzij de omstandigheden en de gebruikscontext dit duidelijk maken . Indien passend en relevant staat in deze informatie ook welke functies op AI gebaseerd zijn, of er sprake is van menselijk toezicht en wie verantwoordelijk is voor het besluitvormingsproces, alsook wat de bestaande rechten en processen zijn die natuurlijke personen of hun vertegenwoordigers overeenkomstig het Unierecht en het nationale recht in staat stellen bij hen bezwaar aan te tekenen tegen de toepassing van dergelijke systemen en beroep in te stellen tegen beslissingen die door AI-systemen zijn genomen of tegen door AI-systemen veroorzaakte schade, met inbegrip van hun recht om uitleg te krijgen. Deze verplichting is niet van toepassing op bij wet toegestane AI-systemen voor het opsporen, voorkomen, onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten, tenzij die systemen voor het publiek beschikbaar zijn om een strafbaar feit te melden.
aiact/history/parliament-2023/amendments/484 · 2023-06-14
Wijzigt: artikel 52 , ¶1
Voorstel voor een verordening — Artikel 52 — lid 1