**Doel:** Voorstel voor een verordening — Overweging 2 ter (nieuw)

## Door de Commissie voorgestelde tekst



(2 ter)

## Amendement van het Europees Parlement

(2 ter) Het grondrecht van de bescherming van persoonsgegevens wordt in het bijzonder gewaarborgd door de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725, en door Richtlijn 2016/680. Richtlijn 2002/58/EG beschermt daarnaast de persoonlijke levenssfeer en het vertrouwelijke karakter van communicatie, en bevat voorschriften voor de opslag van persoons- en niet-persoonsgebonden gegevens in eindapparatuur, respectievelijk de toegang daartoe. Deze rechtshandelingen vormen de grondslag voor duurzame en verantwoorde gegevensverwerking, waaronder in gevallen waarin datareeksen zowel persoons- als niet-persoonsgebonden gegevens bevatten. Deze verordening laat de toepassing van de bestaande Uniewetgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de taken en bevoegdheden van de onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten die met het toezicht op de naleving van die instrumenten belast zijn, onverlet. Deze verordening laat de grondrechten inzake de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in de Uniewetgeving betreffende gegevensbescherming en privacy, en zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”), onverlet.

Het grondrecht van de bescherming van persoonsgegevens wordt in het bijzonder gewaarborgd door de Verordeningen (EU) 2016/679 en (EU) 2018/1725, en door Richtlijn 2016/680. Richtlijn 2002/58/EG beschermt daarnaast de persoonlijke levenssfeer en het vertrouwelijke karakter van communicatie, en bevat voorschriften voor de opslag van persoons- en niet-persoonsgebonden gegevens in eindapparatuur, respectievelijk de toegang daartoe. Deze rechtshandelingen vormen de grondslag voor duurzame en verantwoorde gegevensverwerking, waaronder in gevallen waarin datareeksen zowel persoons- als niet-persoonsgebonden gegevens bevatten. Deze verordening laat de toepassing van de bestaande Uniewetgeving betreffende de verwerking van persoonsgegevens, met inbegrip van de taken en bevoegdheden van de onafhankelijke toezichthoudende autoriteiten die met het toezicht op de naleving van die instrumenten belast zijn, onverlet. Deze verordening laat de grondrechten inzake de persoonlijke levenssfeer en de bescherming van persoonsgegevens als bedoeld in de Uniewetgeving betreffende gegevensbescherming en privacy, en zoals vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (het “Handvest”), onverlet.